Van afvinklijstjes naar sturing: een moderne planning- en controlcyclus

6 min leestijd Ertuğ Kosmaci (Sanacount)

Planning en controlSturingOverheidsfinancien

De planning- en controlcyclus is in veel organisaties verworden tot een productieproces. Kadernota in het voorjaar, begroting in het najaar, twee bestuursrapportages ertussen en een jaarrekening na afloop. De documenten worden netjes en op tijd opgeleverd, de deadlines worden gehaald, en toch knaagt er iets. De stukken worden vastgesteld, maar sturen ze ook echt? Vaak is het antwoord: nauwelijks.

Dat is geen kwestie van luiheid of onkunde. Het is een gevolg van hoe de cyclus in de loop der jaren is ingericht. De nadruk is komen te liggen op volledigheid en tijdigheid, op het afvinken van wat moet. Een bestuursrapportage van honderd pagina’s die alles vermeldt, voelt grondig. Maar als niemand er een besluit op neemt, is het vooral veel papier.

Sturen betekent kiezen wat je niet vertelt

Een moderne cyclus durft selectief te zijn. Een raad of bestuur kan niet sturen op honderden indicatoren tegelijk. Sturen begint bij de keuze welke paar dingen er echt toe doen dit jaar, en die consequent volgen door de hele cyclus heen. Wat in de kadernota als ambitie staat, hoort terug te komen in de begroting, in de rapportages en in de jaarrekening. Niet als losse hoofdstukken, maar als een doorlopend verhaal: dit wilden we, dit doen we, dit gaat goed, dit valt tegen, en dit gaan we eraan doen.

Dat vraagt om informatie die een vraag beantwoordt in plaats van informatie die een vakje vult. Een goede rapportage legt niet alleen vast dat een budget voor zestig procent is besteed, maar zegt iets over wat dat betekent. Loopt het project achter, of juist voor? Is de onderbesteding een meevaller of een teken dat er iets vastloopt? Cijfers zonder duiding dwingen iedereen om zelf te raden, en raden is geen sturing.

Het verhaal achter de cijfers

Ik geloof sterk in het verhaal achter de cijfers. Niet als verzachtende tekst die de getallen wegpraat, maar als de plek waar betekenis ontstaat. Een afwijking van het budget is op zichzelf neutraal. Pas als je uitlegt waar die vandaan komt en wat je ermee gaat doen, wordt het bruikbaar voor een bestuurder. De financiele functie is daarbij niet alleen de leverancier van getallen, maar de partij die helpt om die getallen te begrijpen. Dat is een rol als gesprekspartner, niet als boekhouder.

Wie de cyclus zo wil verbeteren, kan met een paar concrete ingrepen al veel bereiken:

Ritme zonder routine

Een cyclus heeft ritme nodig, dat staat buiten kijf. Vaste momenten geven houvast en dwingen de organisatie om stil te staan. Maar ritme mag geen routine worden waarin de inhoud ondergeschikt raakt aan het proces. De kunst is om de vorm strak te houden en de inhoud levend. Dan wordt de P&C-cyclus weer wat hij hoort te zijn: het instrument waarmee een bestuur zijn ambities verbindt aan geld en aan resultaten, en waarmee het op tijd kan ingrijpen als het anders loopt dan gehoopt.

Dit is een persoonlijke visie vanuit de praktijk van Sanacount, bedoeld als prikkel tot nadenken en niet als bindend advies. Elke organisatie kent een eigen context die om eigen keuzes vraagt.

← Terug naar alle inzichten