AI binnen planning en control: kansen, risico’s en een verstandige eerste stap
Over kunstmatige intelligentie binnen de overheid worden twee verhalen verteld. In het ene lost AI bijna alles op en kan de financiele functie binnenkort de helft kleiner. In het andere is het een gevaarlijke black box die fouten maakt en gegevens lekt. Beide verhalen zijn overdreven, en geen van beide helpt iemand die maandag gewoon de begroting moet maken. Het eerlijke antwoord is genuanceerder. AI kan binnen planning en control echt iets betekenen, mits je hem inzet op de juiste plek en de oordelen bij mensen laat.
Waar AI vandaag al helpt
De grootste winst zit niet in spectaculaire voorspellingen, maar in het saaie werk dat nu veel tijd kost. Denk aan het samenvatten van lange stukken, het opsporen van opvallende afwijkingen in grote datasets, het uniform maken van teksten in rapportages, of het beantwoorden van veelgestelde vragen over de eigen regelgeving. Dat is repeterend werk waar mensen moe van worden en juist daardoor fouten in maken. Een AI die dat voorbereidt, geeft de financiele professional tijd terug voor wat er echt toe doet: duiden, adviseren en het gesprek voeren.
Belangrijk is het onderscheid tussen voorbereiden en beslissen. AI is sterk in het klaarzetten van materiaal, in het signaleren en in het ordenen. Het oordeel of een afwijking acceptabel is, of een bezuiniging verstandig is, of een verantwoording klopt, blijft mensenwerk. Wie dat onderscheid scherp houdt, krijgt de voordelen zonder de grootste risico’s.
De risico’s die je serieus moet nemen
Tegelijk zijn er reele bezwaren, en bij een overheid wegen die zwaar. De belangrijkste op een rij:
- AI kan overtuigend klinkende onzin produceren, zeker bij feitelijke vragen waar precisie telt.
- Privacy en geheimhouding vragen om zorgvuldigheid, want gevoelige gegevens horen niet zomaar in een extern systeem.
- Een model dat niet uitlegt waar een antwoord vandaan komt, is voor een overheid lastig te verantwoorden.
- Blind vertrouwen sluipt erin: hoe handiger het hulpmiddel, hoe groter de neiging om niet meer te controleren.
Geen van deze bezwaren is een reden om AI links te laten liggen. Ze zijn wel een reden om hem met beleid in te zetten. De vuistregel die ik aanhoud is eenvoudig: gebruik AI voor werk dat je daarna kunt controleren, en houd de bron heilig. Een antwoord zonder verwijzing naar waar het op gebaseerd is, is binnen een overheid weinig waard.
Een verstandige eerste stap
De fout die ik organisaties zie maken, is dat ze te groot beginnen. Er komt een ambitieus programma, een werkgroep, en een belofte dat AI de hele cyclus gaat transformeren. Zulke trajecten lopen vast op verwachtingen die niemand kan waarmaken. Veel verstandiger is het om klein te beginnen met een afgebakende taak die nu pijn doet. Bijvoorbeeld het sneller doorzoeken van de eigen verordeningen, of het opstellen van een eerste concept van een terugkerende rapportage die een mens daarna afmaakt.
Kies een taak waar fouten zichtbaar en herstelbaar zijn, niet een waar een verkeerde uitkomst meteen in een raadsbesluit belandt. Laat een klein team ermee oefenen, leg vast wat werkt en wat niet, en bouw pas uit als het vertrouwen is verdiend. Zo leert de organisatie de techniek kennen zonder zich eraan over te leveren, en ontstaat draagvlak op basis van ervaring in plaats van beloften.
AI verandert het werk in planning en control niet van de ene op de andere dag, en gelukkig maar. Het is een hulpmiddel dat goed werk sneller en lichter kan maken, op voorwaarde dat de mens aan het stuur blijft zitten. Wie zo begint, met nieuwsgierigheid en met gezonde achterdocht, zet de meest waardevolle stap.
Dit is een persoonlijke visie vanuit de praktijk van Sanacount, bedoeld als prikkel tot nadenken en niet als bindend advies. De techniek ontwikkelt zich snel, dus toets aannames regelmatig opnieuw.